Dagblad van het Noorden

Het gaat niet goed met mijn oude werkgever NDCmediagroep. RTV Noord publiceerde onlangs een verontrustend verhaal over de uitgever van ondermeer Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Het was een opsomming van alles wat er niet goed zou gaan.

Maar ik miste één – toch niet te veronachtzamen – aspect in dat verhaal. Het is een aspect dat door NDC zelf nooit naar voren wordt gebracht, want het komt zo defensief én breekbaar over als de directie dat te berde brengt. Waarop ik doel is de startpositie van de regionale omroepen en de regionale dagbladen op 1 januari van elk jaar.

Regionale omroepen beginnen elk jaar met 35 miljoen euro, NDC met nul

NDCmediagroep begint elk jaar op nul, elke cent van de circa 100 miljoen omzet moet op dat moment nog verdiend worden. Er moet keihard voor gewerkt worden. De drie regionale omroepen in Noord-Nederland beginnen daarentegen elk jaar met een bijdrage van de overheid van in totaal ongeveer 35 miljoen euro. Ze hoeven er eigenlijk niet meer voor te doen dan hun handje op te houden.

Om even aan te geven wat zoiets betekent: vóór NDC die 35 miljoen aan omzet na een paar maanden heeft bereikt, moet het in het gunstigste geval wel 30 miljoen aan kosten (personeel, pers, bezorging) maken. Maar NDC legt op dit moment geld toe op de bedrijfsvoering. Dus om 35 miljoen omzet te halen, worden er misschien wel 36 miljoen aan kosten gemaakt.

Oneerlijke concurrentie

Het is oneerlijke concurrentie, maar daar blijft het niet bij. De regionale omroepen mogen ook nog eens advertenties verkopen. Om dat verschil van 35 miljoen inkomsten te compenseren zou NDC eigenlijk iets hogere tarieven moeten vragen, maar die ruimte is er niet omdat RTV Noord de advertentieruimte voor een bodemprijs zou kunnen weggeven. Gevolg: NDC kan geen al te hoge tarieven hanteren want anders lopen de adverteerders weg naar de regionale omroep. Of het exact zo gebeurt als ik omschrijf, weet ik niet. Maar het is wel zeker dat de omroepen binnen het huidige systeem de advertentietarieven van NDC kunnen beïnvloeden.

En dan is er nog iets. De regionale omroepen begonnen ooit met radio en daar kwam later televisie bij. Dat was een heel ander speelveld dan waarop de kranten van NDC zich bewogen. Tegenwoordig is internet bepalend voor het succes van de eigentijdse media. Daar is tegenwoordig een rechtstreekse strijd gaande tussen regionale omroepen – die elk jaar dus en flinke portie zakgeld krijgen – en NDC die het zich eigenlijk helemaal niet kan veroorloven het nieuws gratis weg te geven.

Behoefte beeld eens te nuanceren

NDC hoor je hier nooit over klagen, want door te wijzen naar een ander zadel je jezelf wellicht op met een wat zielig imago. Nu ik bij NDC weg ben, voel ik toch de behoefte het beeld van de speelruimte bij de regionale media eens te nuanceren. Het is oneerlijke concurrentie. Ik zou de reactie van Jumbo wel eens willen zien als Albert Heijn elk jaar miljoenen van de overheid krijgt.

Maar er speelt veel meer. Als een Groninger bedrijf met Friezen wil communiceren, betaalt het tegenwoordig zijn muntjes voor een groot deel aan Amerikaanse partijen, zoals Facebook, Google en Instagram. Ongeveer 40 procent van het nationale mediabudget gaat naar VS, zo is me recent eens verteld.

Amerikaanse slokops gaan aan de haal met mediabudget

Dat wringt uiteraard. De Amerikaanse slokops gaan met geld aan de haal waarvan we hier voor een deel onze media betalen. De Amerikanen geven er ook media (Facebook, Google, Instagram, Twitter) voor terug, dat weer wel.

Er wordt gewerkt aan oplossingen voor de situatie dat onze nationale mediabudgetten in de VS landen. Een van die oplossingen is dat Google en de anderen belasting zouden moeten betalen aan de landen in de EU.

Geld naar staatsomroep

Dat lijkt me niet verstandig, want dan komt het geld bij de overheid terecht. En die sluist het dan weer door naar staatsomroepen ofwel de regionale zenders.

Recente verhalen

Recente blogs